Fokkerij: Een passie

Sinds alweer meerdere jaren zijn wij actief in de fokkerij van tinkers. Bonte sokkenpaarden uit Groot-Brittannië en Ierland. Waar komt deze passie vandaan? Waarom tinkers? Waarom fokken? Op deze vragen probeer ik in deze blog een antwoord te geven vanuit mijn persoonlijke perspectief.

Al van klein kinds af aan ben ik geïnteresseerd in het leven om ons heen, de flora en fauna. Als groot dierenliefhebber zijn dieren niet weg te denken in mijn leven voor zolang als ik leef en me dus kan herinneren. Via school kwam daar een fascinatie voor de wetenschappen bij. Mijn interesses gingen richting ecologie, ethologie, genetica, voortplanting, anatomie, emoties, zintuigen en ga zo maar door. Een breed spectrum binnen de diverse wetenschappen, tot aan topografie en fotografie. In recentere tijden kwam daar een fascinatie bij voor geschiedenis en herkomst van de verschillende culturen en spiritualiteit. (Deze interesses zult u vaker terug zien komen in mijn blogs, activiteiten en Facebook-posts.)

Het ontstaan van nieuw leven, de invloeden vanuit erfgoed, herkennen van bepaalde eigenschappen. Een passie was ontstaan. Wat begon met guppen en zebravinken, groeide uit tot een gepassioneerd fokker van paarden.

Als tiener kwam ik meer in aanraking met diverse paardenrassen en zo ook de tinker. Mijn hart ging sneller kloppen bij haflingers, fjorden en shetlanders, maar dat bont was toch ook wel interessant. Toen ik jaren later besloten had een eigen paard te willen kopen, kwam ik na een ingeteelde KWPN-er en een veel te dure Fries uit bij een handelaar met heel veel tinkers. Ik had me er ondertussen wat meer in verdiept en de eigenschappen van dit ras stonden mij wel aan. Een fijn beginnerspaard en all-round als ik het Internet moest geloven. Maar het zag er vooral sprookjesachtig uit met al die kleuren en haren!
Mijn favoriete kleur was een “driekleur”, bruinbont. Het moest maar een merrie worden, want dan kon er een veulen komen mettertijd. Eventueel een hengst, dat kriebelde toch ook wel. Een mini-shire bijvoorbeeld leek erg gaaf! Tsja, je bent jong en je wilt wat… oftewel ik kwam thuis met….
Een bijna helemaal witte zwartbonte ruin. Tadaa! Voorspelbaar toch?

Snowdon kwam in februari 2002. Ik studeerde destijds aan de HAS voor Dier- en Veehouderij. Tijdens mijn stage bij Mencentrum “Onder de Kastanje”, waar ik verrassend genoeg veelvuldig met o.a. tinkers heb gewerkt kwam de verleiding over te stappen naar een andere studie: Bedrijfskunde met afstudeerrichting Paardenhouderij.
Ook hier mocht ik weer stage lopen en dit werd Tinkerhoeve “De Bonte Parels”. Hier werd ik smoorverliefd op de merrie Minkel, welke 10 jaar na deze stagetijd bij ons is komen wonen.

Ik heb een schitterende stage gehad bij Jan, Jos en Miranda. Ook al had ik een ruin, het fokken bleef interessant. En tijdens deze stage maakte ik dan ook kennis met de wereld van stamboeken en keuringen. Dekhengsten en veulens. In alle facetten. Wat in deze tijd in enkele weken is ontstaan aan kennis en interesses is nooit meer weggegaan en alleen maar verder verdiept.

Na enkele pogingen om een veulen elders te fokken of aan te schaffen, was het in 2007 (samen met partner Arjan ondertussen) dan eindelijk zo ver. Chayenne kwam Snowdon vergezellen.

De keus voor de tinker was snel gemaakt. De veelzijdigheid in mogelijkheden qua zowel uiterlijk, innerlijk als gebruik was in mijn ogen eindeloos. Een all-round paard verpakt in een mooi jasje. Voor ieder wat wils. Echt bij lange na niet altijd voor iedereen een beginnerspaard, maar ik kon bij de gevoeligere paarden mijn weg wel vinden en had geen hoge eisen voor gebruik. WEL voor duurzaamheid en welzijn. Net als bij andere rassen, is het ook bij de tinker een kwestie van selecteren wat je wilt en wat goed genoeg past binnen je ideëen. Ik wilde een fijngevoelig dier met souplesse, een correcte buitenkant (exterieur en beweging) en het oog wilt ook wat, dus mijn persoonlijke voorkeur ging uit naar bruinbont. Na een advertentie waarin de moeder van Chayenne te koop werd aangeboden, met een klein foto’tje en zinnetje met betrekking tot 10 maanden oude Chayenne was mijn aandacht daar. Al voor we zijn wezen kijken, wisten we het eigenlijk al. Dit is ons meisje.

Ook al was ik in praktijk een beginner toen in 2009 Chayenne naar de hengst Taffy ging, met twee jaar aan praktijkervaring met shetlandermerrie Santa, qua voorbereiding was er meer dan genoeg tijd aan vooraf gegaan. Het werken met hengsten, het helpen met andere paarden (en veulens) voor keuringen en het meedenken over combinaties. Maar ook alle theorie rondom het fokken en alle bijbehorende scenario’s en risico’s. Ik was er klaar voor. Het begin van onze fokkerij binnen Snowville.

Het mag duidelijk zijn, wij doen dit vanuit pure passie. Een nieuw leven op deze wereld brengen, daar voelen wij ons zeer verantwoordelijk voor. Een combinatie van merrie en hengst vergt een goede voorbereiding. Dit gaat veel verder dan enkel foto’s kijken welke hengst het best van de foto afspat of een mooi kleurtje vererft. Ook lopen de kosten al snel op. De goedkope hengst om de hoek, kan zowaar een goede match zijn. Maar meestal lopen er ook al meer dan genoeg nakomelingen hier van rond… dus kijk je toch verder. Spreiding van de variatie in genen binnen een populatie. Ook zeggen wij geen nee tegen kruisingen, als dit bewust en doordacht gebeurt. Zelf gekozen voor de kruising shire maal tinker, wat ons veel geld gekost heeft en helaas is het embryo in de winter verworpen. Wellicht nog eens een clydesdale x tinker op de planning.

Of je nu binnen het ras of daarbuiten de combinatie samenstelt, ik vind het belangrijk om te letten op verbeterpunten. Onze paarden zijn zo gedomesticeerd, dat lukraak hunzelf laten bepalen wat een goede match is… niet zomaar op een aan te raden manier gezond gaat zijn. We letten op inteelt en erfelijke gebreken, maar ook te grote verschillen in exterieur en hoogte of niet goed matchend qua karakter. Daar wij als fokdoel hebben een gracieus fijngevoelig dier met souplesse binnen het ras tinker te fokken, letten wij op de punten die we willen behouden en verbeteren bij de merrie. De keuze van de hengst hangt hier van af, naast dat we inteelt en erfelijke gebreken zoveel mogelijk willen uitsluiten.

De zoektocht naar een eigen dekhengst heeft dan ook jaren geduurd. Een hengst die het grootste deel van onze merries op hun verbeterpunten kon aanvullen. Deze hengst hebben wij gevonden in Kachmir. Nu hij wegens praktische redenen verkocht is, hebben wij nog de mogelijkheid gebruik te maken van kunstmatige inseminatie (diepvries). Ondertussen wilt dat niet zeggen dat wij geen andere hengsten meer gebruiken. De diversiteit van het gebruik van andere bloedlijnen zorgt voor meer variatie in de genenpool. Zowel binnen de fokkerij van Snowville als vervolgens binnen het ras. Overigens hebben wij niet de insteek elk jaar opnieuw veulens te fokken. Wij hebben geen commerciële redenen voor de fokkerij.

Nog even terugkomend over de verantwoordelijkheid voor het nieuwe leven wat op de wereld word gezet. Elk veulen dat bij ons geboren word, maar ook elk paard dat Snowville passeert. Daar voel ik me mee verbonden. Tuurlijk, niet met elk dier heb je dezelfde ‘klik’. Vooral de veulens die bij ons zijn geboren of paarden die bij ons zijn opgegroeid, blijf ik graag volgen en hoop ik in de toekomst nog wat voor te kunnen betekenen indien nodig. Onze Charlène hebben wij twee maal verkocht gehad, voor ons was ze eigenlijk gewoon weg te klein voor wat wij voor ogen hadden (waar ik nu heel anders tegenaan kijk overigens). Wij hebben haar dus ook twee maal terug gekocht. Zo hebben we ook shetlander Shiloh een keer verkocht gehad en teruggekocht. Helaas kon ik dit niet voor enkele anderen betekenen naargelang de omstandigheden, maar bij de meesten is er een heel fijn gevoel bij waar ze terecht zijn gekomen. Het is niet altijd makkelijk, waardoor uiteraard de vraag blijft terugkomen waarom we dan toch fokken. Als ze toch veelal verkocht moeten worden, ook al is daar normaliter geen haast bij en mogen ze doorgaans bij ons opgroeien.

Ik denk dat het antwoord op de vraag “waarom fokken” heel simpel is, de passie en de liefde hiervoor is groter dan het gemis en de strubbelingen bij het afscheid. Zonder liefde geen gemis, zonder gemis geen liefde.

Liefde op afstand en een trots die je doet gloeien als je tussen ‘jouw’ veulen (of paard) en de nieuwe eigenaar een geweldige band ziet ontstaan en mee mag genieten van hun avonturen. Of de resultaten van trainingen of keuringen. Daar ben ik dan mee verantwoordelijk voor, ik kan meegenieten en het blijft voelen als familie (is het ook van onze eigen paarden tenslotte!). Je kan wel de vergelijking trekken met een kind dat uit huis gaat en zelfstandig word. Voor altijd in het hart, daar is ruimte genoeg!